Terug

Concrete impact voor al wie werkt met ‘derdelands’werknemers

Werk je met buitenlandse werknemers die geen onderdaan zijn van de Europese Economische Ruimte (EU + Liechtenstein, Noorwegen en IJsland), de zogenaamde ‘derdelands’werknemers of ‘derdelanders’? Dan ben je ongetwijfeld al op de hoogte dat je aan verschillende voorwaarden moet voldoen om deze werknemers legaal in het Vlaams Gewest te kunnen laten werken.

Een nieuw Besluit van de Vlaamse Regering van 8 maart 2024 brengt vanaf 1 mei 2024 verschillende wijzigingen aan in het huidige Vlaamse economische migratiebeleid. De belangrijkste doelstellingen van dit besluit zijn:

  1. Aanscherping van het economische migratiebeleid: om misbruik en oneigenlijke economische migratie tegen te gaan.
  2. Aantrekken van buitenlands toptalent en opkomend talent: vereenvoudiging om de structurele tekorten op de arbeidsmarkt aan te pakken.
  3. Omzetting van Europese Richtlijnen voor hooggeschoolde werknemers (‘Europese Blauwe Kaart’) en seizoenarbeiders.

Hierna volgt een overzicht van de belangrijkste wijzigingen:

Wijzigingen die het economische migratiebeleid aanscherpen

1. Strengere selectie voor de “toelating tot arbeid”

Momenteel wordt een onderscheid gemaakt tussen 3 categorieën aan derdelanders die, voor zover geen beroep kan worden gedaan op een vrijstellingsregime, in aanmerking kunnen komen voor een toelating tot arbeid (via een arbeidskaart of een gecombineerde vergunning):

  • Specifieke categorie: Deze categorie omvat een beperkte lijst van aantrekkelijke profielen die toestemming kunnen krijgen om in de Vlaamse arbeidsmarkt te werken. Voorbeelden zijn hooggeschoold personeel, leidinggevenden, stagiairs, IT-specialisten en gespecialiseerde technici.
  • Knelpuntberoepen: Dit is een specifieke lijst van 29 beroepen waarvoor momenteel een structureel tekort aan arbeidskrachten wordt vermoed. Het betreft voornamelijk ‘middengeschoolde’ functies.
  • Overige categorie: Dit is een restcategorie voor andere profielen waarvoor werkgevers via een arbeidsmarktonderzoek bij VDAB moeten aantonen dat het onmogelijk is om binnen een redelijke termijn een geschikte kandidaat te vinden op de EER-arbeidsmarkt. Er geldt hiervoor op vandaag een arbeidsmarkttest waarbij de werkgever gedurende 6 weken een openstaande vacature moet plaatsen op de website van de VDAB.

De drie categorieën blijven behouden. Vanaf 1 mei 2024 wordt de ‘overige’ categorie sterk ingeperkt.

Een werkgever die in het Vlaamse Gewest een toelating tot arbeid in de ‘overige’ categorie wil aanvragen kan dit enkel als aan volgende voorwaarden voldaan is:

  • Knelpuntberoepenlijst: de functie moet vermeld staan op de knelpuntberoepenlijst van de VDAB. Deze lijst, die jaarlijks wordt gepubliceerd, is breder dan de beperkte knelpuntberoepenlijst die geldt voor middengeschoolde functies in de categorie ‘knelpuntberoepen’.
  • Kwalificatieniveau: de functie vereist een kwalificatie van niveau 2, 3 of 4. Hooggeschoolden (kwalificatieniveau 5) kunnen geen toelating tot arbeid in de categorie ‘overige’ aanvragen.
  • Vacaturepublicatie: de werkgever moet de vacature gedurende minimaal 9 weken publiceren op zowel de VDAB-website als het EURES-portaal (Europees portaal om werkgevers in de hele EER te helpen bij het vinden van werknemers). Voor seizoensarbeiders geldt een minimum van 3 weken publicatie in de maand voorafgaand aan de aanvraag.
  • Actieve bemiddeling bij VDAB: bij de publicatie van de vacature moet de werkgever actieve bemiddeling bij de VDAB aanvragen.

Elke aanvraag die niet aan bovenstaande voorwaarden voldoet, wordt vanaf 1 mei 2024 als ontoelaatbaar beschouwd. Er zijn geen uitzonderingen voorzien in het BVR.

2. Verplichte minimum 80 % tewerkstelling

Vanaf 1 mei 2024 worden aanvragen voor een gecombineerde vergunning van bepaalde duur (toelating tot arbeid en verblijf voor meer dan 90 dagen) voor derdelanders in de categorieën ‘overige’ en ‘knelpuntberoepen’ alleen toegekend als de werknemer ten minste 80% van een voltijdse tewerkstelling verricht.

3. Strengere screening van derdelanders

Vanaf 1 mei 2024 zal elke werkgever die een toelating tot arbeid aanvraagt voor werknemers in de categorieën van de ‘knelpuntberoepen’ en de ‘overige’ profielen een aantal bijkomende documenten moeten toevoegen:

  • een kopie van de arbeidsovereenkomst met de persoonlijke gegevens van de werkgever en werknemer, de duur en plaats van tewerkstelling, het werkrooster, het loon, nummer en naam van het paritaire comité, functie van de werknemer, functieclassificatie, …;
  • een uitgebreide functiebeschrijving van de functie en het takenpakket;
  • het curriculum vitae (CV) dat een volledig overzicht bevat van gevolgde opleidingen, werkervaring en eventuele nevenactiviteiten van de werknemer;
  • in voorkomend geval, het diploma, het getuigschrift of het ervaringsbewijs dat de kwalificaties van de werknemer voor de specifieke functie aantoont.

De bedoeling hiervan is dat de Vlaamse Dienst Economische Migratie beter kan verifiëren of het profiel van de werknemer overeenstemt met zijn functie.

Indien er twijfels zouden bestaan over de echtheid van de gegevens op het CV, diploma, getuigschrift of ervaringsbewijs zal de Dienst Economische Migratie bovendien aan de werkgever kunnen vragen om extra bewijzen voor te leggen.

4. Extra weigerings- en intrekkingsgronden

Het BVR voorziet ook in nieuwe (verplichte of facultatieve) weigerings- en intrekkingsgronden van toelatingen tot arbeid, zoals:

  • de kredietwaardigheid van de onderneming is ongunstig;
  • onvoldoende economische of maatschappelijke activiteiten om de tewerkstelling van buitenlandse werknemers te verantwoorden;
  • recent opgerichte ondernemingen (minder dan 3 jaar actief in België) of ondernemingen die geen personeel in dienst hebben;
  • ….

De nieuwe weigerings- en intrekkingsgronden zijn ingegeven vanuit het zero tolerancebeleid tegen misbruik en oneigenlijke migratie.

Wijzigingen die het aantrekken van buitenlands talent versoepelen

1. Verruiming werkgerelateerde vrijstellingen

Diverse categorieën van werknemers zijn nu al vrijgesteld van een arbeidskaart of gecombineerde vergunning (“vrijstellingsregime”).

Het BVR van 8 maart 2024 voorziet vanaf 1 mei 2024 in een verruiming van dit vrijstellingsregime:

  • Flexi-jobs voor buitenlandse werknemers met een gecombineerde vergunning: Buitenlandse werknemers die al een gecombineerde vergunning hebben gekregen, kunnen onder bepaalde voorwaarden ook een flexi-job uitoefenen in specifieke knelpuntsectoren.
  • Meer algemene bepaling voor tijdelijke handelsactiviteiten: De vrijstelling voor korte opdrachten als handelsvertegenwoordiger wordt vervangen door een bredere bepaling. Werknemers kunnen nu tijdelijke handelsactiviteiten uitvoeren die verband houden met de zakelijke belangen van de werkgever. Denk hierbij aan het bijwonen van conferenties, seminars, zakelijke bijeenkomsten, het verkennen van bedrijfskansen en het volgen van opleidingen.
  • Vrijstelling voor vertegenwoordigers van hotels, reisbureaus en reisorganisaties: Vertegenwoordigers van hotels, reisbureaus, reisorganisaties of gidsen die deelnemen aan congressen, beurzen of rondreizen die zijn begonnen op het grondgebied van een derde land, hoeven geen aparte toelating tot arbeid meer aan te vragen.
  • Vertalers en tolken: Vertalers en tolken die diensten verlenen als werknemer van een onderneming uit een derde land, worden eveneens vrijgesteld van de verplichting om een toelating tot arbeid aan te vragen.

2. Versoepelingen met oog op invullen knelpuntvacatures en versterken economisch weefsel

Naast de verruiming van het bestaande vrijstellingsregime bevat het BVR van 8 maart 2024 ook diverse versoepelingen vanaf 1 mei 2024, waaronder:

  • leerkrachten die werken voor een door de Vlaamse Gemeenschap erkende onderwijsinstelling, kunnen net als verpleegkundigen en jonge hoogopgeleide werknemers, aangeworven worden aan 80 % van het gemiddeld bruto jaarloon in België (i.p.v. 100 %);
  • tijdelijke werkloosheid wordt voortaan meegeteld bij de berekening van de periode die vereist is om een gecombineerde vergunning van onbepaalde duur te bekomen; het BVR begrijpt onder tijdelijke werkloosheid: tijdelijke werkloosheid wegens overmacht, slecht weer, collectieve sluiting of lock-out (niet: economische werkloosheid);
  • seizoensarbeiders kunnen voortaan van werkgever veranderen tijdens de geldigheid van hun toelating tot arbeid; de nieuwe werkgever dient daartoe eenvoudigweg een melding (i.p.v. een nieuwe aanvraag) te doen aan het Vlaams Gewest en een kopie van de arbeidsovereenkomst over te maken;
  • ICT (Intra Corporate Transferees) leidinggevenden of specialisten zullen in bepaalde gevallen niet meer moeten voldoen aan diplomavereisten;
  • de Vlaamse regelgeving m.b.t. de ‘Europese Blauwe Kaart’ (hooggekwalificeerde werknemers) wordt aangepast aan de recentste Europese Richtlijn; de minimale verloning voor ‘blauwe kaarthouders’ wordt opgetrokken van 120 % naar 130 % van het gemiddeld bruto jaarloon in België; voortaan kunnen blauwe kaarthouders ook na één jaar tewerkstelling zonder melding wijzigen van werkgever;
  • om snel te kunnen inspelen op wijzigingen op de arbeidsmarkt, wordt de Ministeriële lijst m.b.t. de categorie ‘knelpuntberoepen voortaan uiterlijk om de twee jaar geactualiseerd.

Andere wijzigingen

Wij merken nog op dat het BVR een uitzonderingsregime in het leven roept m.b.t. de behandelingstermijn van aanvragen voor een arbeidskaart (toelating tot arbeid < 90 dagen). Voortaan kan de Dienst Economische Migratie de basisbehandelingstermijn van 120 dagen (nadat de aanvraag volledig en ontvankelijk werd bevonden) verlengen in uitzonderlijke omstandigheden verbonden aan de complexiteit van de aanvraag.

Dit uitzonderingsregime geldt niet voor de behandeling van een gecombineerde vergunning (toelating tot arbeid > 90 dagen).

Finaal voorziet het BVR dat beslissingen m.b.t. arbeidskaarten en gecombineerde vergunningen voortaan elektronisch ter kennis worden gebracht aan de betrokken werknemer zelf, en dus niet langer betekend worden op de gekozen woonplaats. Daarentegen blijft de werkgever de beslissing per aangetekende brief ontvangen.

Inwerkingtreding

Zoals hoger aangegeven gelden de nieuwe regels voor alle aanvragen ingediend vanaf 1 mei 2024.

Dit betekent dat:

  • bestaande toelatingen tot arbeid geldig blijven onder het oude regelgevend kader tot hun geldingsduur is verstreken;
  • de nieuwe regels van toepassing zijn bij elke wijziging van werkgever of de opmaak van nieuwe arbeidsovereenkomsten na 1 mei 2024;
  • afgeleverde toelatingen tot arbeid in de categorie ‘overige’ hernieuwd kunnen worden voor zover dezelfde werknemer in dezelfde functie blijft werken voor dezelfde werkgever; voor hernieuwingen voor een andere werkgever gelden de nieuwe regels.

Besluit

Het BVR bevat heel wat belangrijke inhoudelijke en procedurele wijzigingen. Iedereen die betrokken is bij de aanwerving en tewerkstelling van werknemers van buiten de EER zal waakzaam moeten zijn voor deze wijzigingen.

Heeft u vragen omtrent de aanwerving van derdelanders of de wijzigingen die het BVR aanbrengt aan het huidige arbeidsmigratiebeleid? Aarzel dan niet om contact op te nemen met onze HR- experts, Bram Delbecke of Matthias Dhaene.

DELEN:

Recent nieuws

Newsflash

De oprichting van een gemeenschappelijke interne dienst voor preventie en bescherming op het werk: binnenkort eenvoudiger voor kleine groepen van werkgevers

07/05/2024 - Op 2 mei 2024 werd een koninklijk besluit (KB) tot wijziging van de codex over het welzijn op het werk gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Het KB...

Lees meer
Voorkomen van conflicten in vennootschappen website

Voorkomen van conflicten in vennootschappen

02/05/2024 - Goede afspraken maken goede vrienden Hét instrument bij uitstek in het kader van het voorkomen van conflicten in vennootschappen is de aandeelhouderso...

Lees meer