Terug

Indien een conflict in een vennootschap zodanig groot is dat geen enkele samenwerking tussen de betrokken aandeelhouders meer mogelijk is, kan de geschillenregeling een uitweg bieden. Dit mechanisme, dat wordt gezien als een “laatste redmiddel”, is immers de procedure bij uitstek bij vennootschapsrechtelijke conflicten.

In deze publicatie zullen we de kernpunten van deze regeling bespreken:

  • wat is de geschillenregeling precies?
  • wat is de gegronde reden?
  • wie is de bevoegde rechter?
  • welke prijs moet er voor de over te dragen aandelen worden betaald?

Wat is de geschillenregeling precies?

De regels voor de geschillenregeling zijn beschreven in Boek 2, Titel 7, artikelen 2:60 tot 2:69 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (“WVV”). De geschillenregeling omvat enerzijds de vordering tot uittreding (gedwongen overname) en anderzijds de vordering tot uitsluiting (gedwongen overdracht).

De vordering tot uittreding biedt een aandeelhouder de mogelijkheid om uit de vennootschap te stappen. Iedere aandeelhouder kan mits gegronde reden de vordering tot uittreding instellen. In het geval de vordering gegrond wordt verklaard, zullen de medeaandeelhouder(s) verplicht worden om zijn aandelen over te nemen.

Bij de vordering tot uitsluiting zijn er participatiedrempels: deze kan vordering enkel worden ingesteld door één of meerdere aandeelhouders die samen effecten bezitten die 30% van de stemmen vertegenwoordigen in een BV, dan wel 30% van de aandelen bezitten in een NV. Op voorwaarde dat aan de toepassingsvoorwaarden wordt voldaan, is het dus mogelijk dat een aandeelhouder letterlijk en figuurlijk wordt buitengesloten. In dit geval moet de betrokken aandeelhouder zijn aandelen gedwongen aan zijn medeaandeelhouder(s) overdragen.

Gelet op de verregaande gevolgen van de vennootschapsrechtelijke geschillenregeling heeft deze procedure een subsidiair karakter. De procedure mag niet gezien worden als een makkelijke uitweg voor elk geschil dat tussen aandeelhouders zou rijzen, en kan alleen maar worden aangewend wanneer er geen andere minder verregaande oplossing is. Eerst moeten dus alle andere alternatieven om het geschil op te lossen zijn uitgeput. Hierbij kan worden gedacht aan het opstarten van de bemiddelingsprocedure zoals voorzien in de aandeelhoudersovereenkomst, het instellen van een vordering tot schorsing of nietigverklaring van beslissingen van de algemene vergadering, het uitoefenen van het vraag- of controlerecht.

Bovendien is de geschillenregeling van dwingend recht. Zo kunnen aandeelhouders voorafgaand aan het geschil geen afstand doen van hun recht om zich op de geschillenregeling te beroepen. Evenmin kunnen aandeelhouders onderling beslissen om de regels van de geschillenregeling strenger, dan wel soepeler te maken. Ook is een opsomming van welke feiten als een gegronde reden kunnen kwalificeren in de statuten of de aandeelhoudersovereenkomst niet mogelijk.

Wat wel mogelijk is, is dat partijen vooraf bindende afspraken vastleggen over de prijsbepaling in het geval het tot een geschillenregeling zou komen. In dergelijk geval zal de rechter wel waken over de redelijkheid van de prijs die resulteert uit de toepassing van deze prijsbepalingsclausule.

Wat is de gegronde reden?

Zowel bij de uitsluiting als de uittreding vormt de ‘gegronde reden’ het cruciale beoordelingscriterium voor de toepassing van de geschillenregeling.

De invulling van de gegronde reden verschilt enigszins. Waar de uitsluiting hoofdzakelijk tot doel heeft om het vennootschapsbelang te vrijwaren, staat bij de uittreding eerder het belang van de uittredende aandeelhouder voorop. Evenwel is het onderscheid door de jaren heen vervaagd. Ook bij de uittreding zal meer en meer rekening worden gehouden met het belang van de vennootschap.

Traditioneel worden drie categorieën van gegronde redenen onderscheiden:

  • misbruik van meerderheid of minderheid;
  • ernstige tekortkomingen door een aandeelhouder;
  • duurzame en ernstige onenigheid tussen de betrokken aandeelhouders.

Wie is de bevoegde rechter?

De bevoegde rechter is de voorzitter van de ondernemingsrechtbank van de zetel van de vennootschap. De rechter zetelt weliswaar zoals in kort geding, maar toch betreft het een procedure ten gronde.

De procedure kan worden opgesplitst in twee fasen. In de eerste fase zal de voorzitter op basis van de voorgelegde feiten nagaan of de gevraagde overdracht of overname gerechtvaardigd is. Ook is het gebruikelijk dat de voorzitter in deze fase een gerechtsdeskundige aanstelt die de aandelen zal waarderen. Vervolgens zal de voorzitter na deze waardering de overnameprijs bepalen.

Eveneens kunnen aanverwante geschilpunten, zoals vorderingen in verband met terugbetalingen van de rekening-courant, leningen, zekerheden, niet-concurrentiebedingen, door de voorzitter in kwestie worden behandeld.

Belangrijk om te weten is dat de vennootschap ook mee in procedure moet worden gedagvaard. Indien dit niet gebeurt, wordt de zaak uitgesteld totdat de vennootschap is opgeroepen.

Welke prijs moet er nu voor de over te dragen aandelen worden betaald?

Zoals eerder aangegeven is het gebruikelijk dat de rechter een deskundige aanstelt met als opdracht de aandelen te waarderen aan de hand van de gebruikelijke waarderingsmethoden.

De rechter is niet gebonden door de gemaakte waardering van de deskundige en in het geval de rechter het niet eens zou zijn met een bepaald onderdeel van de waardering kan hiervan worden afgeweken.

Van groot belang bij de waardering van de aandelen is de zogenaamde peildatum. De peildatum is de datum waarop de aandelen moeten worden gewaardeerd. In beginsel zal de waarde van de aandelen worden bepaald op het tijdstip waarop de rechter de eigendomsoverdracht beveelt. Wel kan de rechter de peildatum verschuiven wanneer hij concreet vaststelt dat de omstandigheden die hebben geleid tot de vordering tot overname van de aandelen of het gedrag van de partijen ten gevolge van de vordering een invloed hebben gehad op de waarde van de aandelen. In dergelijk geval dient de verschuiving van de peildatum als een correctie op de toerekenbare tekortkomingen van een aandeelhouder.

Daarnaast kan de rechter, rekening houdend met de concrete omstandigheden,ook een billijke prijsverhoging dan wel prijsvermindering toekennen. Zo kan het bijvoorbeeld onbillijk zijn dat de uitgesloten aandeelhouder mee geniet van de positieve resultaten van de vennootschap, terwijl dit uitsluitend aan de inspanningen van de overblijvende aandeelhouder te wijten is. In zo’n geval kan de rechter een waardevermindering in de prijsbepaling opnemen.

Conclusie

De vennootschapsrechtelijke geschillenregeling vormt een krachtig instrument voor ernstige conflicten binnen een vennootschap. Het is dan ook belangrijk dat iedere aandeelhouder zich bewust is van de verregaande gevolgen die de uitkomst van deze regeling teweeg kan brengen.

DELEN:

Recent nieuws

Voorlopig bewindvoerder website

De aanstelling van een voorlopig bewindvoerder of mandataris ad hoc

17/06/2024 - In een vorige editie van deze reeks stonden we kort stil bij de mogelijkheden om besluiten van een vennootschapsorgaan (het bestuursorgaan, de algemen...

Lees meer
Nietigheid website

Nietigheid van besluiten in een vennootschap

14/06/2024 - De raad van bestuur/bestuursorgaan en de algemene vergadering zijn essentiële organen voor de werking van een vennootschap. Hoe deze organen hun beslu...

Lees meer